Archetypen van websites
Het leven van een website is kort. De verwachtingen van mensen veranderen snel en websites lopen daar amechtig achteraan. Als een bedrijf een nieuwe site nodig heeft, kan deze op het Internet zien hoe duizenden (zei iemand miljoenen?) andere bedrijven het aanpakken.
Foto: Carl Gustav Jung, de vader van het archetype.
De uitvinder
Meestal zet de IT-afdeling van een bedrijf de eerste stappen op het Internet. Niet gehinderd door enige kennis van vormgeving gaan deze technische mensen aan de slag. Het resultaat is een in elkaar geknutselde website vol blauwe hyperlinks met nuttige maar onvindbare inhoud en functionaliteit. Daarmee is de aanwezigheid op het Internet een feit. De eerste generatie is een uitvinder: technisch en chaotisch. Als je iets wil wijzigen, moet je dat melden bij de ‘webmaster’ en een e-mail gaat naar de ‘postmaster’.
IT’ers zijn doorgaans goed op de hoogte van de uitgangspunten van HTML en menen dat deze opmaaktaal niet geschikt is voor vormgeving. De afdeling communicatie denkt daar echter heel anders over. Die droomt van een spectaculaire, intrigerende site die de bezoeker in vervoering brengt. Veel budget is er niet (het moet uit het drukwerkpotje komen), dus men vraagt een niet al te duur grafisch ontwerpbureau om een spetterende website te maken. Grafisch ontwerpers hebben doorgaans geen idee wat de uitgangspunten zijn van HTML en proberen deze taal zo te manipuleren dat er in hun ogen fatsoenlijke vormgeving uit komt, tot groot ongenoegen van de IT-afdeling. Het bureau verzint allerlei variaties op de gebruikersinterface om uiting te geven aan de creativiteit van de opdrachtgevers (en de ontwerpers).
Het domme blondje
Al snel blijkt dat niemand ook maar iets op de website kan vinden. De tweede generatie is een dom blondje: mooi, maar je kan er niks mee. Verder is de site door een enorme hoeveelheid plaatjes veel te langzaam en werkt hij maar op één besturingssysteem en op één browser. De IT-afdeling, het grafisch ontwerpbureau en de mensen die de inhoud (content) moeten beheren, raken elkaar al snel zat. Als iemand in het bedrijf iets op de site wil plaatsen, moet een programmeur van de IT-afdeling de HTML veranderen die door een ontwerper ‘geschreven’ (lees: door een WYSIWYG-editor gegenereerd) is. Daar wordt niemand vrolijk van.
Op basis van een gebruiksvriendelijkheidsonderzoek stelt een onafhankelijk adviesbureau uitgangspunten en randvoorwaarden op. De grafisch ontwerpers maken plaats voor webdesigners die een gestandaardiseerde gebruikersinterface niet als verraad aan creativiteit zien. Men schroeft het spetterende uiterlijk terug en vereenvoudigt waar mogelijk de HTML. Ook kijkt men met een streng oog naar de inhoud. Die wordt in nauw overleg met de verschillende afdelingen gereorganiseerd en de webdesigners bedenken er een strakke navigatie bij. De besturing van het geheel komt in handen van een zogeheten Content Management System zodat mensen zonder technische kennis teksten en beelden op de site kunnen plaatsen zonder tussenkomst van de IT-afdeling of de webdesigners.
De sergeant
De site werkt, blijkt makkelijk te onderhouden en is nog steeds goed vormgegeven. ‘Eind goed, al goed’ zou je denken. Niet helemaal. De bezoeker moet zich volledig aan de site aanpassen; erg veel warmte en menselijkheid straalt hij niet (meer) uit. Generatie drie is een sergeant: efficiënt maar streng en niet erg bereid zich aan jou aan te passen. Verder is generatie drie een factor vijf tot tien keer duurder dan generatie twee en levert hij heel weinig op. Het wordt tijd om de site geschikt te maken voor e-commerce.
Voor de eerste keer onderzoekt men hoe de website een rol kan spelen in de handel en wandel van het bedrijf. De directie definieert nieuwe doelstellingen voor de site: kosten besparen en revenue genereren. Zo langzamerhand wil de onderneming er wel eens wat geld aan verdienen. Businessconsultances en (e)marketeers voegen zich bij de webdesigners en ontwerpen een nieuwe site die de klant aanspreekt en een bijdrage aan het bedrijfsresultaat levert. Er komt een aanvullende sectie die daadwerkelijk transacties op de site mogelijk maakt. De inhoud wordt op een nieuwe manier ingedeeld zodat de klant zichzelf erin herkent. Vormgeving mag de doelstellingen van de site niet in de weg zitten en moet een stukje inschikken. De makers zijn gedwongen de bedrijfsidentiteit veel minder in de grafische stijl te zoeken, maar veel meer in de manier waarop de site de klant aanspreekt. Vorm volgt functie.
De dominee
We hebben nu een behoorlijk goede site. De bezoeker herkent zichzelf en kan een transactie doen als hij dat wenst. Maar ook deze webstek is niet zonder problemen. Generatie vier blijkt een dominee: hij is empatisch, maar overvoert je met informatie. Het is lastig de voor jou relevante gegevens te vinden. Soms is hij wat betuttelend en krijg je niet de vrijheid je eigen weg te volgen. Hij weet wat je wilt horen, maar past zich niet zo makkelijk aan jou aan.
Hoe nu verder? We hebben tot op heden vier archetypen: de uitvinder, het domme blondje, de sergeant en de dominee. Is er misschien nog een vijfde? Aan welke eisen moet die voldoen? De dominee kan zich niet zo goed aanpassen aan het individu: hij preekt voor een gemeente. Als de site zich alleen tot jouw behoeften zou wenden (en niet die van je buurman) zou deze ook veel eenvoudiger en persoonlijker kunnen zijn. Generatie vijf is een bediende. Een butler. Of misschien wel een therapeut. Wie zal het zeggen? En hoe moet je een identiteitloze butler of therapeut profileren in een door merken gedomineerde wereld?
Finn Stapelkamp
Eerder gepubliceerd: MacFan 47