Fitts en Zipf
Anarchie regeert het internet. Protocollen, bestandsformaten en scripttalen strijden om de suprematie. Vele softwareproducenten proberen hun eigen smaakje tot standaard te verheffen. En met de vormgeving van websites is het niet veel beter gesteld. Iedereen doet maar wat. Alle goede adviezen van internetgoeroes ten spijt is er geen consensus over hoe je moet navigeren, wat de beste lay-out is of hoe je optimaal kunt zoeken. Op deze anarchie zijn gelukkig twee belangrijke uitzonderingen: Fitts’ Law en de Zipf  curve.

fitts
Tot op de dag van vandaag zijn er een paar kleine maar fundamentele verschillen tussen de grafische interface van het MacOS van Apple en Windows van Microsoft. Eén van die verschillen is de vaste menubalk bovenin het scherm van de Mac. Bij Windows ontbreekt die balk: daar zitten de menu’s aan het venster vast.

In 1954 deed Paul Fitts een experiment waarbij mensen met een drukgevoelige pen om beurten twee gebieden moesten aanraken. Hij wilde weten hoe de afstand en de grootte van het doel de snelheid beïnvloedde. De conclusies waren weinig opzienbarend: (ten eerste) de snelheid waarmee iemand een doel kan raken wordt groter naarmate het doel groter is en (ten tweede) de snelheid waarmee iemand een doel kan raken wordt groter naarmate de afstand tot het doel kleiner is.

Dat klinkt niet erg revolutionair. Het is nogal logisch dat een boogschieter vaker in de roos schiet als die tien keer groter is, of als hij drie meter voor het blazoen staat. De verdienste van Fitts is echter niet de conclusie, maar het feit dat hij een wiskundige formule vond die de Ford-fabrieken in staat stelden de lopende band een stukje sneller te zetten.

fittsproef

Fitts’ Law raakte een beetje in de vergetelheid tot de komst van de personal computer. Ineens bleek de wet weer actueel. Met muis en cursor moet de gebruiker namelijk enorm veel doelen raken: hyperlinks, knoppen, aanvinkvakjes, insertiepunten in tekst, menu’s enzovoorts.

Toen Windows zijn intrede deed, hebben zogeheten usability-onderzoekers een race tussen beide systemen georganiseerd: het vaste menu van Apple nam het daarin op tegen het venstermenu van Microsoft. De Mac bleek vele malen sneller dan Windows en won de wedstrijd. Dat lijkt vreemd. Fitts’ Law zegt immers dat je een object dat dichterbij is sneller kunt raken. En als je in het midden van het venster bezig bent (met typen bijvoorbeeld), is een menu in een venster dichterbij dan één aan de rand van je scherm.

Groter is beter
Maar Fitts’ Law zegt ook dat je een groter object makkelijker kunt raken. En de knoppen van het hoofdmenu op de Mac zijn groter dan ze lijken. Als je met je muis naar de rand van je computer gaat, blijft de cursor aan die rand plakken, ook als je met de muis doorschiet. Er is een soort virtuele ruimte boven de knop die als het ware bij de knop hoort. Je kunt daar klikken en dan gaat het menu normaal open.

Dat Mac-gebruikers de cursor min of meer naar linksboven slingeren, zagen de onderzoekers bevestigd toen ze een tweede monitor bovenop de hoofdmonitor plaatsten en softwarematig de grens tussen de monitoren ophieven. De proefpersonen bleken nu continu met hun cursor door te schieten naar de tweede monitor. Ze moesten zich aanpassen door de muis op het laatste moment af te remmen om netjes op het menu te kunnen klikken. Fitts’ Law in actie.

Ook in een ander artikel schreef ik al eens over groot en klein. Grote objecten trekken meer de aandacht dan kleine. Maar grote objecten ogen niet alleen belangrijker, ze zijn volgens Fitts’ Law ook sneller en beter toegankelijk.

De Zipf Curve
Zodra ik met internet in aanraking kwam, kreeg ik zin om een eigen homepage op te zetten. Ik bracht een aantal leuke Flash-filmpjes samen in een originele interface en begon mijn site te promoten. Met een potentieel miljoenenpubliek moest ik toch een leuk bezoekersaantal kunnen genereren. Hoewel ik geen hoge verwachtingen had, bleek het bezoek toch nog flink tegen te vallen. Ik was een puntje op de curve van Zipf geworden.

Linguistisch professor George Kingsley Zipf deed onderzoek naar de frequentie van woorden in een taal en ontdekte hierin een wiskundige regelmaat. Deze regelmaat duikt ook in verband met het internet op. Uit statistische gegevens blijkt dat een klein aantal sites op internet heel veel bezoekers trekken (Amazon, Ebay). Daarintegen zijn er heel veel sites die heel weinig bezoekers hebben (de mijne). Als je de hoeveelheid bezoekers tegenover de hoeveelheid sites in een grafiek zet, krijg je dit:

zipfcurve

De Zipf Curve is niet alleen van toepassing op het internet als geheel, maar ook op individuele websites. Het blijkt dat de meeste websites maar heel weinig pagina’s met een hoog bezoekersaantal hebben en heel veel pagina’s die nauwelijks mensen trekken. Hoe meer pagina’s een website bevat, hoe duidelijker dat wordt. De Zipf Curve is zelfs van toepassing op het aantal links op een pagina: weinig links veel klikjes, veel links weinig klikjes.

Deze wetenschap leert dat het totale gewicht van een website voor het grootste gedeelte op een paar pagina’s en op een paar links neerkomt. De enige manier om er achter te komen hoe zich dat in een concreet geval ontvouwt, is website-statistieken bijhouden. Als uit die statistieken blijkt dat de gebruikers vaak de verkeerde pagina bezoeken (of de goede te weinig), kunt u dat oplossen met... Fitts’ Law! Maak de belangrijkste link of knop gewoon groter en er wordt vanzelf vaker op geklikt.

Als u een website beheert of er één gaat ontwerpen, denk dan aan Fitts en Zipf. Er zijn maar weinig doelen waar bezoekers heel veel muiscursors inschieten. Het loont de moeite het belangrijkste doel zo groot mogelijk te maken en een stukje dichterbij te schuiven.

Finn Stapelkamp


Eerder gepubliceerd: MacFan 55
Illustratie: Marijn van der Waa