Welkom in de prefab wereld
Als de makers van Lego ooit mochten besluiten hun steentjes voortaan met de hand van klei te boetseren, was het snel afgelopen met het speelplezier: geen enkel stuk zou meer op een ander passen.
Het moederbord van een Mac is speciaal gebouwd voor Apple, maar bestaat weer voor een groot gedeelte uit standaard componenten (transistoren, weerstanden en meer van die mysterieuze elektronische onderdelen). De behuizing van de harde schijf is speciaal ontworpen, maar het staal waarvan het gemaakt is voldoet weer aan een serie standaarden: dikte, buigzaamheid, roestbestendigheid en zo meer. Het is als een enorme legosteen die uit legosteentjes is opgebouwd die op hun beurt weer uit legosteentjes zijn opgebouwd.
Het grote voordeel van dit systeem is dat het groei en vooruitgang mogelijk maakt. Het bestaan van standaarden en standaard componenten geeft een industrieel ontwerper de mogelijkheid een product te ontwerpen zonder dat hij elk onderdeel ook nog eens apart hoeft te maken. Oftewel: een auto-ontwerper hoeft niet meer het wiel en de verbrandingsmotor uit te vinden: hij hoeft er slechts één te kiezen.
De allerindividueelste expressie
Als kunstenaar sta je er helemaal alleen voor. Kunstenaars produceren geen standaard stukken kunst die andere kunstenaars samenvoegen tot een groter kunstwerk. Een kunstenaar wordt geacht zijn werk van A tot Z alleen uit te voeren, anders ontstaan er problemen. Als een kunstenaar zijn kunstwerk uit vijf onderdelen van andere ambachtslieden zou samenstellen, wie is dan de kunstenaar? Hoeveel wilt u betalen voor een Picasso die door drie leerlingen geschilderd is? En als één leerling het hele schilderij had geschilderd, is het dan nog wel een Picasso? Kunst is toch de allerindividueelste expressie van de allerindividueelste emotie?
Oké, to the point. Picasso had geen enkele leerling en maakte echt alles zelf. Maar Rembrandt en Rubens werkten wel degelijk met leerlingen. J.S. Bach ‘leende’ melodietjes van G.P. Telemann en Jeff Koons, laat alles in de fabriek maken. De verf en het doek van Picasso komen uit de fabriek, Beethoven heeft de harmonieleer niet uitgevonden en Vondel bedacht het Nederlands niet. Hoezo individueel?
Creatieve mensen maken ruimschoots gebruik van standaarden (harmonieleer, taal) en standaard componenten (verf, schilderslinnen). Toch ligt dit heel gevoelig. Als een creatieveling te veel op standaarden of standaard componenten leunt, voelen mensen zich gauw bekocht. Velen vinden dat Marcel Duchamp te ver ging toen hij een urinoir in het museum zette, dat van zijn handtekening voorzag en het kunst noemde. Duchamp deed namelijk niet wat men van een kunstenaar verlangt: het zelf scheppen van een origineel werk.
Ik begon als zelfstandig ontwerper op het moment dat desktop publishing net opkwam. Destijds kreeg ik vele malen de vraag of dtp geen bedreiging voor mijn vak was. Mijn antwoord luidde altijd: ‘Nee. Als je de beste olieverf en het mooiste schilderslinnen aan een ezel geeft, komt daar niet automatisch een goed schilderij uit.’
Letters uit een laatje
Het gereedschap wordt steeds gebruiksvriendelijker, maar de inhoud ook. Typen is met een tekstverwerker kinderlijk eenvoudig. Maar behalve tekst tik je ook nog iets anders: een lettertype. Dat is in feite ook een standaard ‘eenheid’. Er zijn grafisch ontwerpers die zelf hun fonts ontwerpen, maar het gros trekt gewoon een laatje open en haalt daar een geschikte letter uit.
Moderne dtp-pakketten leveren altijd wel een paar templates bij. En als je even op Internet zoekt, kom je redelijk wat sites tegen die dergelijke geprefabriceerde lay-outs voor een zacht prijsje aanbieden. Er bestaan zelfs computerprogramma's die random lay-outs en logo’s genereren in een vooraf aangegeven stijl.
En het houdt niet op bij lay-outs voor drukwerk. In de fotografie bestaan al jaren stockfoto-bureaus waar je een toepasselijke kiek kunt kopen. Als je een tekening nodig hebt en je bent in het bezit van de laatste versie van Adobe Illustrator, dan heb je daar een enorme hoeveelheid illustraties, vrij van rechten, bij gekregen. En geloof mij: die zijn zeer bruikbaar (zeker niet te vergelijken met de lelijke ‘clipart’ van 49 euro-pakketten)!
Modellen, templates en samples
Ook op het gebied van 3d graphics zijn hele bibliotheken vol wireframe-modellen en oppervlaktestructuren te krijgen. En op Internet wemelt het van de sites die templates voor webpagina’s aanbieden. De muziekwereld gebruikt volop samples van muziekinstrumenten en maten voorgecomponeerde muziek: drumbeats, gitaarriffs, basloopjes en zelfs hele stukken symfonieorkest. Geen wonder dat sommige mensen creatief werk cynisch bekijken. Als een kunstenaar verder niets met de standaard elementen doet, hebben ze daar nog gelijk in ook.
Je moet dus iets met die componenten doen. Neem een regisseur: die heeft (meestal) niet zelf het script geschreven, hij hanteert niet zelf de camera, heeft acteurs voor het acteerwerk, setdressers, belichtings- en geluidsmensen, enzovoort. Toch zou er van een film niet veel terecht komen zonder regisseur. En als het een goede is, wordt het geheel meer dan de som der delen.
Standaarden en standaard componenten zijn niet meer weg te denken uit de industrie en inmiddels ook niet meer uit de creatieve wereld. De ontwikkelingen staan nog enigszins in de kinderschoenen en de componenten sluiten nog niet altijd naadloos op elkaar aan, maar het gaat de goede kant op. Je kan er voor kiezen je er tegen af te zetten, maar het wordt eerder meer dan minder. Ik zou liever zeggen: omarm ze en bouw er iets moois van.
Finn Stapelkamp
Eerder gepubliceerd: MacFan 52
Illustratie: Marijn van der Waa